Fractie van een seconde

Column - Ik woonde vorige week de rechtszaak bij van het fatale ongeluk op de Lonerstraat. Ik lette vooral op de chauffeur, die in de beklaagdenbank zat. De jongen kreeg een stortvloed aan verdriet, boosheid en onmacht over zich heen.

Mijn gedachten dwaalden af naar een avond in 1986.

Ik was toen zelf 19 jaar en zat met een paar vrienden thuis in Tynaarlo. Ouders waren op pad. De stemming was uitgelaten. Ik had rijlessen, maar nog geen rijbewijs. Natuurlijk vond ik mezelf al een hele chauffeur en zag de autosleutels van mijn moeder liggen.

Hé jongens, eindje rijden?

Even later zaten we in de auto. Gewoon, even toeren door het dorp. Vriend Marcel, die naast me zit, vraagt op een gegeven moment: waarom knipperen tegenliggers steeds met hun lampen? Heb je groot licht aan of zo?

Oeps, helemaal geen licht…

Tijd om terug te gaan. Ik rij vanaf de Stationsstraat het ‘kleine spoor’ over, richting huis. We rijden op het door ons gedoopte ‘crossbosje’ af. Daarvoor is een splitsing. Links zandweg, rechts de klinkers van de Wedberg, het dorp weer in.

In de punt van de splitsing staat een grote boom. Ik druk het gaspedaal in, zal even laten zien hoe ik kan sturen.

Vlak voor de splitsing merk ik dat de auto veel te veel snelheid heeft. De boom komt akelig rap dichterbij. Remmen is geen optie meer. Mijn hart klopt in mijn keel. In een reflex ruk ik aan het stuur. Hard rechts, hard links. Ik voel de wagen stuiteren op de banden, scheer rakelings langs de boom en blijf nét op de weg.

Gejoel vanaf de achterbank. Maar mijn klamme handen knijpen het stuur haast kapot en het zweet loopt me over de rug.

En Marcel, die wel in de gaten heeft wat er net gebeurde, kijkt me aan met een blik die ik nooit meer vergeet.

De autosleutels kwamen pas weer tevoorschijn toen ik mijn rijbewijs had. Maar mijn eerste wijze les had ik al gehad: nóóit meer de coureur uithangen.

Ik wil hier maar mee zeggen: we doen allemaal wel eens stomme dingen. En vaak loopt het goed af, maar in een fractie van een seconde kunnen levens voorgoed veranderen. Of voorbij zijn.

Het verslag van de rechtszaak vorige week deed mensen, zo las ik, naar adem happen. Tranen. Alleen maar verliezers.

Maar ik hoop dat al die beschreven ellende die ik zag en hoorde in de rechtszaal mensen vooral aan het denken zet als ze in de auto stappen.

Robbert Willemsen