Assenaren die van bijstand naar werk gaan, gaan er niet altijd op vooruit. ‘Werkprikkel neemt af’

Assen – Assenaren die uit de bijstand komen middels een betaalde baan gaan er in de meeste gevallen financieel (zij het beperkt) op vooruit, ondanks dat dan toeslagen en regelingen vanuit het Rijk en de gemeente (gedeeltelijk) komen te vervallen. Sommige huishoudens met meerdere personen gaan er echter juist op achteruit, waardoor de prikkel om te gaan werken afneemt.

Dat is de conclusie van de Rekenkamer Assen, die met cijfers over 2017 onderzoek heeft gedaan binnen de minima-doelgroepen in de Drentse hoofdstad naar mogelijke armoedeval, indien een stapeling aan voorzieningen wegvalt als een betaalde baan wordt gevonden.

Kinderen

De gemeente Assen voert een minimabeleid, waarin één van de speerpunten is dat kinderen die opgroeien in minimagezinnen niet buiten de boot vallen op gebied van bijvoorbeeld school, sport of cultuur. Zo heeft de gemeente Assen medio 2017 het ‘Kindpakket’ in het leven geroepen om kinderen uit gezinnen met een smalle beurs te ondersteunen, zodat zij toch de middelen hebben om mee te kunnen doen met hun leeftijdsgenootjes. Het kindpakket is overigens niet meegenomen in het onderzoek van de Rekenkamer, omdat dit pas halverwege 2017 werd ingevoerd.  

In de gemeente Assen wonen 67.555 mensen, 15.977 - 24 procent – is jonger dan 18 jaar. Deze mensen zijn onderverdeeld in 30.587 huishoudens. Van die huishoudens moet 10 procent rondkomen van een inkomen op bijstandsniveau. In totaal hebben 3700 huishoudens (12 procent) een inkomen tot 120 procent van het Wettelijk sociaal minimum (Wsm), terwijl 4000 huishoudens (13 procent) moeten rondkomen van een inkomen tot maximaal 130 procent van het Wsm.

Kwijtschelding

Deze gezinnen kunnen een beroep doen op landelijke voorzieningen voor het minimabeleid, zoals de kwijtschelding van lokale heffingen, de bijzondere bijstand en de individuele inkomenstoeslag. In Assen kunnen minima daarnaast gebruik maken van lokale regelingen: kwijtschelding voor de onroerende zaakbelasting, afvalstoffenheffing en rioolrecht. De Rekenkamer zag dat in Assen 3.070 huishoudens recht hebben op die kwijtschelding van lokale heffingen, in 2017 hebben 2.453 huishoudens daar ook gebruik van gemaakt. ‘Een bereik van 80 procent.’

Het bereik van de persoonlijke bijstand is een stuk lager. In 2017 maakten daar 853 huishoudens gebruik van, een bereik van 23 procent. De Rekenkamer heeft daar een verklaring voor: ‘Hoe meer (maatwerk) regelingen een gemeente heeft, hoe minder er gebruik wordt gemaakt van de bijzondere bijstand.’

Zorgverzekering

De collectieve zorgverzekering weten de mensen wel goed te vinden. Op dit moment maken 2.896 hoofdverzekerden gebruik van deze regeling. Met elkaar vormen deze personen 2.433 huishoudens, wat neerkomt op een bereik van 66 procent. De Rekenkamer: ‘Dat bereik van de doelgroep ligt landelijk tussen de 30 en 40 procent, het gebruik in Assen ligt daarmee verhoudingsgewijs zeer hoog.’

En wat de kinderen betreft: De ‘Meedoenpremie’ voor schoolgaande kinderen van 4 tot 18 jaar – zodat kinderen uit minimagezinnen mee kunnen doen aan culturele activiteiten of lid kunnen worden van een vereniging – loopt ook aardig goed. De doelgroep bestaat uit 1.680 kinderen, in 2017 hebben 1.021 kinderen gebruik gemaakt van deze regeling. Daarmee ligt het bereik op 61 procent, bij andere gemeenten ligt dat tussen de 50 tot 60 procent. En daarnaast is dus nog een keer het Kindpakket gekomen in Assen.

De Rekenkamer heeft becijferd dat alle minima-huishoudens -  mits ze gebruikmaken van de gemeentelijke regelingen - maandelijks geld overhouden om vrij te kunnen besteden. ‘De gemeentelijke minimaregelingen zorgen voor meer vrije bestedingsruimte, met name bij huishoudens met kinderen.’

Betaalde baan

Vervolgens heeft de Rekenkamer gekeken naar inkomens als mensen vanuit de bijstand – inclusief alle regelingen – een betaalde baan krijgen. Is er dan sprake van een achteruitgang in het besteedbare inkomen? Een hoger inkomen kan bijvoorbeeld ten koste gaan van de hoogte van de huur- en zorgtoeslag. Daarnaast kan een huishouden het recht op gemeentelijke minimaregelingen verliezen. Kortom, stelt de Rekenkamercommissie zichzelf de vraag: leidt een stapeling van het gebruik van diverse regelingen tot een armoedeval, indien betaald werk wordt aanvaardt?

‘Wanneer huishoudens vanuit een bijstandssituatie gaan werken tegen een loon gelijk aan 110, 120 of 130 procent Wsm, gaan zij er in totaal inkomen op vooruit. Maar niet evenredig. Dit komt omdat extra inkomen invloed heeft op de hoogte van de huur- en zorgtoeslag en op het (verliezen van het) recht op gemeentelijke minimaregelingen. Vooral bij meerpersoonshuishoudens daalt het bedrag dat zij aan landelijke toeslagen kunnen ontvangen bij extra inkomen snel.’

Alleenstaanden gaan er het meest op vooruit na het aanvaarden van werk (12 procent bij een loon gelijk aan 130 procent Wsm). Bij meerpersoonshuishoudens (met en zonder kinderen) ziet de Rekenkamer dat die bij een loon gelijk aan 120 procent Wsm meer aan totaal inkomen hebben dan bij een loon gelijk aan 130 procent Wsm.

Geen recht

De Rekenkamer: ‘Bij een inkomen hoger dan 120 procent Wsm hebben minima in Assen geen recht meer op gemeentelijke minimaregelingen en bij meerpersoonshuishoudens loopt het bedragen aan landelijke toeslagen daarbij ook terug. Dat zien we terug in het inkomen: meerpersoonshuishoudens hebben minder inkomen bij 130 procent dan bij 120 procent.’

Bij de andere huishoudtypes stijgt het totaal inkomen wel, indien deze meer gaan verdienen. Alle huishoudtypes gaan erop voorruit wanneer huishoudens van 100 procent naar een inkomen van 110, 120 of 130 gaan. ‘Werken loont dus, met de aantekening dat voor de meerpersoonshuishoudens geldt dat wanneer hun inkomen van 120 procent naar 130 procent stijgt, ze erop achteruit gaan. Bij deze groep zou de prikkel om te gaan werken dan ook minder zijn dan bij de andere huishoudtypes.’

Meedoen-premie re-integratie

De meedoen-premie re-integratie is hier volgens de Rekenkamer een goed instrument om die prikkel toch te bewerkstelligen voor deze groep. ‘De premie is een financiële stimulans om te gaan werken en zorgt voor een tijdelijk overbrugging na het wegvallen van (sommige) gemeentelijke regelingen.’

Nog een aantal bevindingen van de Rekenkamer wat betreft het Asser minimabeleid

*AOW-gerechtigden zonder zorgvraag houden maandelijks een aanzienlijk bedrag aan geld méér over om vrij te besteden dan niet AOW-gerechtigden.

*Alleenstaande ouders hebben meer geld vrij te besteden dan meerpersoonshuishoudens met kinderen.

*Door gebruik te maken van de meedoen-regelingen en aanvullend het Kindpakket hebben minima-kinderen de mogelijkheid deel te nemen aan culturele, sportieve en educatieve activiteiten. Hierdoor krijgen kinderen uit minimahuishoudens dezelfde kansen als alle andere kinderen. Voor de huishoudens die geen kinderen hebben is deze mogelijkheid er niet. Deze groep is echter wél de grootste doelgroep onder de minima; 70 procent. ‘Ook voor deze groep zou het goed zijn een Meedoen-regeling in te voeren, zodat zij makkelijker kunnen participeren’, aldus de Rekenkamer.

Informatievoorziening

Tenslotte geeft de Rekenkamer de gemeente Assen mee, dat hoewel het bereik van de regelingen goed is - zeker ook in vergelijking met andere gemeenten - nog niet iedereen gebruik maakt van de regelingen. ‘Dit heeft vaak te maken met de informatievoorziening en met de aanvraagprocedure van regelingen. Uit landelijk onderzoek van het onderzoeks- en adviesbureau KWIZ blijkt dat inwoners niet op de hoogte zijn van de regelingen en het aanvragen van regelingen ingewikkeld vinden. Daarnaast kan de gemeente investeren in: Een overzichtelijke website met informatie over de regelingen, het vereenvoudigen van aanvraagprocedures en het zichtbaarheid maken van informatie op andere plekken zoals scholen, verenigingen en buurthuizen, plekken waar (minima)huishoudens vaak komen. En de Informatie zou niet alleen digitaal, maar ook op papier verspreid moeten worden.’

Tekst: Robbert Willemsen

Bruto-bedragen Sociaal Minimum per 1 juli 2018