‘OutleTT enkel goed voor consument, oudere werknemers en Drentse dorpen en steden grote verliezer’

Opinie – Een OutleTT in Assen-Zuid is vooral goed voor de noordelijke consument en de toeristen. Maar om de werkgelegenheid hoeft men de outlet niet te bouwen. ‘En de grote verliezers zijn oudere werknemers die hun baan door de outlet kwijtraken en de Drentse steden en dorpen.’

Aldus prof. dr. Paul Elhorst van de RUG Faculteit Economie en Bedrijfskunde. Een opinie.

‘Politici en beleidsmakers laten zich bij het nemen van beslissingen over projecten graag leiden door het aantal banen dat het oplevert. Een serie van inmiddels negen rapporten laten stuk voor stuk een positief resultaat zien van de komst van een FOC naar Noord-Nederland. De laatste in de reeks van Ecorys (2018) komt uit op bruto 335 tot 420 full-time banen (fte) aan directe werkgelegenheid van OutleTT te Assen.

Positief netto saldo

Hier moeten volgens dit rapport echter weer 70 tot 100 fte worden afgetrokken omdat bestaande retailers in de binnenstad van Assen of andere dorpen en steden in de omgeving het tegen dit complex zullen afleggen. Niettemin resulteert een positief netto saldo, zeker als ook de nog 50 tot 65 fte aan indirecte banen in beschouwing worden genomen vanwege uitstralingseffecten.

Ondanks deze potentiële werkgelegenheidsimpuls aan de provincie Drenthe, hebben Gedeputeerde Staten in maart 2018 besloten een streep te zetten door de plannen. Een verstandige beslissing of niet? Een cruciaal punt in de discussie is of de werkgelegenheidseffecten werkelijk zo groot zijn als genoemde rapporten ons willen doen geloven.

Kritische noot

De Noordelijke Rekenkamer doet op dit moment onderzoek naar de beoordeling van werkgelegenheidseffecten van dergelijke omvangrijke projecten. Hoewel het onderzoek nog moet uitkomen, ligt een kritische noot in de lijn der verwachting. Hetzelfde is het geval met OutletTT. In een eerdere opiniebijdrage betoog ik dat het manco van alle onderzoekingen die tot nu toe over FOC’s in NoordNederland zijn verschenen is, dat de gehanteerde aannamen niet zijn getoetst aan de praktijk omdat de branche de daartoe benodigde gegevens uit concurrentieoogpunt niet zomaar beschikbaar stelt.

Dit manco treft ook het laatste rapport in de reeks van negen uitgevoerd door Ecorys. Opvallend is dat in Nederland opererende winkelketens wel degelijk bereid zijn om deze bedrijfsgegevens beschikbaar te stellen onder de voorwaarde dat ze gebruikt worden voor onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek. Dit komt doordat ook de retailsector gebaat is bij politieke besluitvorming op basis van een zo getrouw mogelijke weergave van de werkelijkheid.

Ecorys verwacht 1,45 tot 1,7 miljoen bezoekers per jaar en daaraan gerelateerd een omzet van 45 tot 60 miljoen euro. Uit de aan mij beschikbaar gestelde bedrijfsgegevens blijkt dat een reguliere winkel in de modebranche in Nederland een omzet realiseert van 150 duizend euro per fte gemeten over de afgelopen jaren en eenzelfde winkel in Bataviastad een omzet van 238,5 duizend euro per fte.

Productiever

Het verschil wordt verklaard doordat winkels in een FOC aanzienlijk productiever werken dan daarbuiten (zie ook Strabo-B@S-CityWorks, 2015, p.20). Uitgaande van het gemiddeld verwachte omzetcijfer van Ecorys (52,5 miljoen euro per jaar) en eenzelfde productiviteit in OutleTT als dat in Bataviastad, resulteert bruto 220 fte aan directe werkgelegenheid.1 F 2 Dit werkgelegenheidseffect is aanzienlijk kleiner dan geraamd door Ecorys en alle voorgaande onderzoekingen, maar realistischer gegeven de huidige praktijk in de Nederlandse modebranche.

Tegenover deze bruto banenwinst staat een banenverlies in de binnenstad van Assen en omstreken. Aangezien een consument een euro maar eenmaal kan uitgeven, en zeker één in Noord-Nederland omdat zijn of haar besteedbare inkomen lager is dan elders in Nederland, wordt de retailsector geconfronteerd met een bijna evenzo grote bestedingsdaling van 52,5 miljoen euro. Volgens Strabo-B@S-CityWorks (2015, tabel 3.4), een onderliggend rapport waarop Ecorys (2018) zich baseert, wordt circa 57% van de bezoekers aan OutleTT verwacht uit een straal van 30 autominuten.

Bescheiden banenwinst

Met andere woorden, circa 30 miljoen van de bestedingsdaling treft de retail opererend binnen deze straal. Omdat reguliere winkels in de modebranche 150 duizend euro per fte realiseren, betekent dit dat 200 fte in dit deel van Nederland, grotendeels Drenthe, verloren gaat. Eenzelfde berekening binnen een straal van 60 autominuten (95% van de bezoekers) betekent een teloorgang van de retailsector in NoordNederland en een deel van Overijssel ter grootte van 333 fte. Netto resulteert voor Drenthe een bescheiden banenwinst van circa 20 fte, maar voor Noord-Nederland een verlies van meer dan 100 fte. Deze werkgelegenheidseffecten nemen nog iets toe als ook met uitstralingseffecten rekening wordt gehouden. Hoe moet men deze uitkomsten interpreteren?

Winnaar

De grote winnaar is de noordelijke consument en de in Noord-Nederland verblijvende toerist. Naast het winkelcentrum in de stad of dorp waar deze consument woonachtig is of tijdelijk verblijft, komt er een aantrekkelijk en gloednieuw winkelgebied bij dat bovendien gemakkelijk is te bereiken. Voor velen opent dit de mogelijkheid tot een genoeglijk dagje uit.

Dit vereist wel dat de huurders van het FOC, de exclusieve merken, ook het vertrouwen hebben van een voldoende omzet in Assen en dus daadwerkelijk komen. De initiatiefnemer de exploitatieovereenkomst en huurovereenkomsten laten overleggen is in dit kader aanbevelingswaardig.

Om de werkgelegenheid, het belangrijkste criterium gebruikt door politici en beleidsmakers, hoeft men het echter niet te doen. De werkgelegenheid zal zich ook grotendeels verplaatsen naar het weekend, omdat meer dan de helft van de omzet in een FOC in het weekend wordt gemaakt, zelfs ruim 30% op zondag. In het verlengde hiervan zullen meer flexibele arbeidscontracten worden gesloten. Feitelijk is er sprake van niet meer dan substitutie en wat in de economische wetenschap bekend staat als creative destruction.

Verliezer

De minder productieve bedrijven worden uit de markt gedrukt door een generatie van nieuwe bedrijven die productiever weten te opereren. De grote verliezer zijn mensen van middelbare en oudere leeftijd werkzaam in de retail die hun baan verliezen en niet meer elders werk kunnen vinden, alsook de inwoners in Drentse dorpen en steden die het toch al tanende winkelbestand nog verder zien teruglopen.’