Aleid Rensen (77) overleden

Emmen - Aleid Rensen is dinsdag in haar woonplaats Emmen overleden. De oud-dierenparkdirecteur werd 77 jaar oud. Zij was korte tijd ernstig ziek.

Aleid Rensen, officier in de Orde van Oranje Nassau, leidde samen met haar man Jaap tussen 1970 en 1995 het Noorder Dierenpark in Emmen. In die periode groeide het park uit tot een van de meest populaire en toonaangevende dierentuinen van Nederland.

Na haar afscheid van de dierentuin, bekleedde Aleid Rensen nog een groot aantal functies in de regio. Zo was zij voorzitter van Het Drentse Landschap tussen 1996 en 2006 en van de Stichting Vrienden van het Academisch Ziekenhuis Groningen van 1989 tot 2004.

'De Verdwenen Dierentuin'

Aleid Rensen won in 1974 samen met haar man de Culturele Prijs van Drenthe. In 2006 kreeg zij de Drentse Erepenning uitgereikt. Aleid Rensen werd in januari 2014 uitgeroepen tot Emmenaar van het jaar, een half jaar nadat zij haar boek 'De Verdwenen Dierentuin' uitbracht.

Hieronder een bewerkte weergave van een interview dat een van onze verslaggevers haar in 2013 afnam naar aanleiding van het verschijnen van het door haar geschreven boek 'De Verdwenen Dierentuin'.

In 1970 namen jullie de leiding over van uw vader, Willem Oosting. In wat voor een staat trof u de dierentuin toen aan?
‘Eigenlijk deugde er niet veel meer. De elektriciteitsleidingen en de riolering functioneerden niet naar behoren. De waterzuiveringsinstallatie werd geactiveerd met een klap van een hamer! De sintelpaden door het park zorgden altijd voor vieze schoenen en broeken. Verder hing er een penetrante stank in het park en waren er erg weinig dieren. Aan de andere kant had de dierentuin een erg groen en open karakter. De uitgekiende en labyrintachtige wegen gaven het park iets spannends en wekte de indruk dat de zoo qua oppervlakte veel groter leek. Maar er moest veel gebeuren. We hebben in de beginfase vooral de schilderkwast gehanteerd. Een nieuwe lik verf hier en daar deed toen echt wonderen.’

U en uw man namen gezamenlijk de teugels in handen. Hoe was het om niet alleen samen te leven, maar ook samen te werken?
‘Jaap en ik kunnen geweldig samenwerken en we vullen elkaar uitstekend aan. Jaap hield zich vooral bezig met de financiën en de aanleg van het park. Bij dat laatste kwam zijn kennis als architect uitstekend van pas. Ikzelf richtte me meer op de pr en het bedenken van leuke ideetjes voor het park. Qua invulling van de dierentuin trokken we samen op. Tijdens onze gesprekken had Jaap altijd pen en papier bij de hand om alvast wat schetsen te maken.’

Opvallend genoeg hadden jullie ook al vrij snel een nieuwe koers bedacht voor het park, waarbij de nadruk kwam te liggen op het creëren van een zo natuurlijk mogelijke leefomgeving voor de dieren. Waar kwam deze strategie vandaan?
‘In die tijd hadden biologen veel kritiek op de onnatuurlijke wijze waarop dieren in dierenparken werden behuisd. In hun ogen waren het net gevangenissen. Daar waren wij het zelf ook mee eens. Het moest dus anders. Na enkele gesprekken met kritische biologen, besloten we dat de leefomgeving van de dieren een zo natuurlijk mogelijk uitstraling moest krijgen. Het reeds aangelegde wildpark was daarbij een lichtend voorbeeld. De dieren in dit uit twee zeer ruime perken bestaande parkdeel  waren een stuk actiever. Bezoekers bleven daar dan ook langer naar kijken dan elders in de zoo. Ze vertoonden meer natuurlijk gedrag en dat was niet alleen boeiend, maar ook leerzaam.’

Optredens in tv-programma’s als Voor De Vuist Weg van Willem Duys hebben vast geholpen de publiciteit en de vraag naar abonnementen aan te wakkeren.
‘Naar aanleiding van de geboorte van twee leeuwtjes in ons park werden we gebeld door de mensen van Duys. Hij zou de militaire kazerne in Havelte bezoeken en was op zoek naar mensen met een bijzonder verhaal. Dus kwam ik daar met een leeuw die vastzat aan een dun riempje. Dat maakte zoveel indruk dat ik vervolgens vaker werd gevraagd. De vraag naar abonnementen stroomden vervolgens binnen. Die inkomsten waren erg belangrijk. Dankzij abonnementhouders waren we verzekerd van een vast bedrag aan inkomsten.’

Wat is uw meest plezierige herinnering aan het park?
‘Dat was toch de opening van het Biochron door koningin Beatrix in 1985. Vooral omdat het zo goed klikte tussen ons, denk ik. Het verliep allemaal heel informeel en plezierig. De schilder had de dag ervoor nog tegen me gezegd dat ‘de koningin nog wel even het verfwerk moest keuren’. Toen ik haar dat vertelde, schaterde ze het uit van het lachen. Toen ik later alle medewerkers die bij de aanleg van het Biochron waren betrokken aan haar voorstelde, stak ze haar duim op naar de schilder. Het verfwerk was volgens haar prima voor elkaar.’

Hoe zou u graag willen dat het Noorder Dierenpark wordt herinnerd?
‘Als een bedrijf die met veel hart voor de zaak is neergezet en geëxploiteerd. We hielden van ons bedrijf, we hielden van onze medewerkers. We waren een echte familie. Gezamenlijk hebben we iets moois neergezet. Soms wisten we niet hoe bepaalde beslissingen zouden uitpakken, we hebben veel op eigen kracht moeten ontdekken en leren. Maar dat heeft uiteindelijk geleid tot een prachtig bedrijf, waar elke medewerker zich betrokken bij voelde.’