Museum waardevol voor Assen. Maar is dat een schep belastinggeld waard?

Het college van B en W wil het Drents Museum jaarlijks een ‘substantiële subsidie’ geven voor de economische ‘spin-off effecten’ die het museum heeft voor de stad. Directeur Harry Tupan denkt zelf aan 250.000 euro per jaar. De gemeenteraad moet zich hierover tijdens de behandeling van de begroting voor 2022 uitspreken.

Volgens onderzoek (van het museum zelf) geven museumbezoekers gemiddeld 50 euro uit in de stad. Dat zou neerkomen op een impuls voor de Asser middenstand van zo’n 10 miljoen euro per jaar. In 2018 deed Stadspartij PLOP al eens een voorstel om het museum daar jaarlijks voor te belonen. PLOP noemde toen 75.000 euro. En dát bedrag stuitte al op vraagtekens in de raad. Diverse partijen vroegen zich af of dit wel noodzakelijk was, zeker gezien de toch zeker niet armlastige positie van het Drents Museum.

Wie namelijk de jaarverslagen- en rekeningen van de laatste jaren doorspit, vliegen de miljoenen en tonnen om de oren. Een greep. Een jaarlijkse bijdrage van de provincie van ruim 4,5 miljoen euro. De BankGiro Loterij doneert elk jaar 300.000 euro, en daar kwam vorig jaar een extra schenking van ruim 750.000 euro bovenop, plus een andere bonus van 165.275 euro. Totaal ruim 1,2 miljoen. En het Drents Museum kreeg in 2020 het heugelijke bericht dat in het kader van de Rijkssubsidie binnen de Landelijke culturele basisinfrastructuur tussen 2021 en 2024 jaarlijks 250.000 euro mag worden bijgeschreven

Moet daar nog een riante gemeentelijke bijdrage bij? Het college vindt van wel. ‘Het Drents Museum zet Assen al jarenlang op de kaart, is een grote aanjager van toerisme en maakt de laatste jaren een enorme ontwikkeling door met internationaal toonaangevende tentoonstellingen. Meer dan 70 procent van de bezoekers van Assen komt voor het Drents Museum.’

Wethouder Bob Bergsma wil bovendien ‘het Asser profiel van een cultuur-minnende hoofdstad versterken’. ‘En daarnaast willen we Assenaren via de subsidie nog meer bij het museum en andere culturele zaken betrekken. Het zou mooi zijn als we met dit geld bijvoorbeeld bereiken dat kinderen van jongs af aan in aanraking komen met kunst en cultuur.’

De grote vraag is hierbij: zit de Assenaar daarop te wachten? In de jaarverslagen is namelijk te lezen dat ruim 80 procent van al het museumbezoek van buiten komt. En als de Assenaar, door gebrek aan belangstelling, het museum nu al niet binnenstapt, gaat dat dan straks met een schep belastinggeld wel gebeuren? Zo graag als de D66-wethouder dit misschien ook zou willen, je kunt mensen niet dwingen tot cultuursnuiven.

Het college wijst er ook op dat het Drents Museum in Assen bijdraagt aan ‘de verhoging van het vestigingsklimaat voor inwoners en bedrijven’. Oh? Dus door het museum komen hier mensen wonen? Het museum trekt bedrijven aan? Een mooie gedachte, maar voor jaarlijks 250.000 euro (Tupan) zou ik dat wel eens onderbouwd willen zien in een (onafhankelijk) onderzoek.

Asser belastinggeld moet je naar mijn mening niet steken in een provinciale instelling, die ook nog eens haast louter bezoekers van buiten trekt. Toegegeven, die spin-off voor de stad is fantastisch, maar nogmaals: moet daar dan een riante subsidie tegenover staan voor een toch al rijk museum? Dan zijn er volgens mij tal van puur Asser aangelegenheden waaraan ‘ons’ geld beter kan worden besteed. In de verslagen van het museum is bijvoorbeeld te lezen dat rond de 70 procent van alle museumbezoekers met de auto naar Assen komt. Ik zou zeggen: reserveer als gemeente bijvoorbeeld een ‘substantieel bedrag’ voor gunstigere parkeertarieven. Dan kom je niet alleen de vele museumgangers, maar álle Assenaren, inclusief de middenstand in het centrum, tegemoet. 

Robbert Willemsen