Coureur Rik Bolt uit Assen met nieuwe motor klaar voor Dutch Superbikes

Assen - Hij was met zijn team eind vorige week nog druk bezig zijn nieuwe wedstrijdmotor – een BMW S1000RR – van de juiste stickers te voorzien. Rik Bolt, de racende politieman uit Assen, is klaar voor het nieuwe wegraceseizoen in de Dutch Superbikes-klasse, de voormalige SuperCup 1000.

De vraag is echter wanneer de coureurs dit jaar daadwerkelijk aan de start mogen verschijnen. Voorlopig is het enkel nog trainen en testen.

Laatbloeier

Rik Bolt is een laatbloeier in de racesport. Pas vier jaar geleden maakte de 31-jarige Assenaar zijn eerste meters op de circuits in wedstrijdband. Maar ook talent op latere leeftijd verloochent zich niet. In die paar jaar werkte hij zich vanuit het ONK SportCup 600 op naar het ONK ProCup 1000.

Bolt: ‘Elke race maakte ik progressie, toch wel opmerkelijk voor iemand die pas relatief laat is begonnen met wedstrijd-racen.’ ‘Elke race’ hield vorig ‘corona-seizoen’ in: zo’n vijf races van de oorspronkelijk geplande 12 wedstrijden. Toch reed Bolt zich in de kijker door zijn snelle rondetijden. Lachend: ‘Ik verbeterde me keer op keer en op basis daarvan promoveerde ik naar de Dutch Superbikes.’

Motorblok kapot

Helaas gaf het motorblok van zijn Yamaha R1 aan het eind van het seizoen – met nog twee wedstrijden te gaan - de geest. De promotie was toen al op zak, maar een kapotte motor is een kostbare zaak. Bolt: ‘We stonden voor de keuze: proberen de Yamaha te repareren of de goede onderdelen verkopen. We hebben het laatste gedaan en daar nog goede prijzen voor gekregen.’

Afgelopen winter werd bij RR Motorsports Emmen een nieuwe machine aangeschaft, een BMW S1000RR. Bolt: ‘Hoe die rijdt? Nog geen idee, ik heb er nog geen meter mee gereden, haha. 9 en 10 april zijn de eerste trainingen op het TT Circuit in Assen.’

Op 8 mei staat dan de eerste wedstrijd op de kalender, maar door alle coronaperikelen is het afwachten of die ook doorgaat. Tot frustratie van Bolt. ‘Als je dan kijkt naar bijvoorbeeld de Grand Prix, waar wel weer mag worden gereden… Ja, dan begint het te kriebelen. Dan wil je óók weer de baan op.’

Begrip

Maar hij begrijpt het wel. ‘Het virus is er nog, het vaccineren is in volle gang, maar dat duurt gewoon nog even en die maatregelen zijn er niet voor niets. Ik ben politieman. Ik hoef de regels vanuit mijn functie niet direct te handhaven, maar mijn collega’s op straat hebben er dagelijks mee te maken. Aan de andere kant ben ik ook sportman. En racen op een circuit, in de open lucht en – zonder publiek - met maar weinig mensen op locatie lijkt me toch veilig. Jammer dat het nu nog niet kan, maar ik hoop dat het in mei weer losgaat en dat er ook toeschouwers aanwezig mogen zijn. Want niet alleen de coureurs staan te popelen, ook de racefans zijn wel weer toe aan een sportief uitje.’ 

Tekst: Robbert Willemsen

‘Heel blij met mijn trouwe sponsors’

Racen kost geld. En als je op niveau racet: veel geld. Rijders en hun teams zijn grotendeels afhankelijk van sponsors en het wordt er door de coronacrisis niet gemakkelijker op geldschieters te vinden, laat staan te houden.

Bolt beaamt dat: ‘Om me heen zie ik menig coureur afhaken. En helaas dat ook een groot Asser talent als Dion Otten heeft moeten besluiten ermee te stoppen. Maar op zijn niveau praat je echt over veel, heel veel geld. En dat ligt niet voor het oprapen, nu al helemaal niet.’

Bolt is zelf in de gelukkige omstandigheid dat hij terug kan vallen op een trouwe groep sponsors, die dit seizoen 6,5 duizend euro voor haar rekening neemt op een totaalbudget van 10.000 euro. ‘Daar ben echt ontzettend blij mee, ik kan die mensen niet genoeg bedanken dat ze me blijven steunen. Ik heb ook het geluk dat mijn sponsors actief zijn in sectoren die nog niet zo zwaar getroffen zijn door de crisis. Maar als je sponsors hebt die werken in de kledingbranche, of in de horeca… Daar vallen harde klappen en is er haast geen budget meer om coureurs te steunen.’

Ook wat betreft dat financiële hoofdstuk hoopt Bolt dat hij zo snel mogelijk weer wedstrijden mag rijden. ‘Om deze trouwe aanhang iets terug te kunnen geven in de vorm van goede prestaties en dus naamsbekendheid voor hun bedrijven. Maar ook om hen weer een leuke middag te kunnen bezorgen langs het circuit.’