Dorpsgevoel sleept winkeliers in stadswijk Peelo in Assen door coronatijd: ‘Gunfactor is groot’

Ondernemers proberen er het beste van te maken tijdens de tweede lockdown. De een gaat dat beter af dan de ander. In het compacte winkelcentrum van de Asser wijk Peelo komen die contrasten op een klein oppervlakte samen. Waar de een floreert (zoals de Albert Heijn) moesten anderen (de kappers) de zaak sluiten. En tussen die uitersten schipperen collega-ondernemers met wat wel en niet kan.

Wat opvalt: de verbondenheid tussen klant en winkel. ‘Peelo is een stadswijk met een dorpsgevoel, de onderlinge gunfactor is groot.’ Frans Hellinga (Keurslagerij Bating), Jan Datthijn (The Readshop) en bloemist Gaatske de Vries (Bij de Bloemenwinkel) vertellen hun ervaringen tijdens de lockdown.  

Tekst en foto's: Robbert Willemsen

‘Door de gemeenschapszin komen onze klanten steeds terug’

Frans Hellinga was afgelopen zondag precies 25 jaar in dienst van Keurslagerij Bating in winkelcentrum Peelo. Van een grootste viering van het jubileum komt het voorlopig niet, zoals het coronavirus het totale dagelijkse leven overhoop haalt. Frans, lachend: ‘Ach, dat komt nog wel. Wat werk betreft hoor je mij niet klagen. We draaien nu op een wat andere manier met de slagerij, maar het gaat goed.’

De passie voor het slagersvak kreeg Frans al vroeg mee, op zijn twaalfde assisteerde hij zijn vader in diens slagerij in Aalden. ‘En dan leer je dat er zóveel mogelijk is. Van het werken met een mooi, groot stuk vlees tot aan een hamburger. Maar voorop staat de liefde, waarmee je het vlees bereidt. En als de klant dan geniet van ons product, genieten wij ook.’

Net als een huwelijk

Frans was net 18 toen hij in dienst kwam van Henk Bating. Na een kwart eeuw is het een ingewerkt duo. Lachend: ‘Ach, het is net als in een huwelijk, je beleeft het leven met elkaar, inclusief discussies. Maar we komen er altijd uit. Ja, we zijn close, dat geldt trouwens voor het hele team hier. Henk heeft zelfs mijn trouwpak uitgezocht.’

De slagerij heeft in al die tijd een vaste klantenkring opgebouwd. Frans zegt, dat zelfs klanten die de wijk uitgaan terugkomen bij Bating. ‘Omdat ze ons kennen, ze hier altijd even een praatje kunnen maken. Zeker nu is daar behoefte aan. Het geeft een gevoel van gemeenschapszin. Daardoor komen klanten steeds terug en daar moet je zuinig op zijn.’

Nog nooit meegemaakt

Dat betaalt zich nu uit. Tijdens de afgelopen feestdagen, toen alle restaurants gesloten waren, kwamen mensen massaal naar Bating om thuis iets op tafel te kunnen zetten. Frans: ‘Er stonden rijen… Ongelofelijk, dat hadden we nog nooit meegemaakt. En ja, we bezorgden ook. Voor het gemak van de klant, maar sommigen durfden ook de deur niet uit. Tjonge wat hebben we bezorgroutes moeten uitpluizen zeg, we kwamen in delen van de stad die we nog nooit hadden gezien!’

‘En ja, dat zal nog wel even zo blijven. Ik hoop dat we zo niet alleen onze vaste klanten behouden, maar er veel nieuwe klanten bijkrijgen. Aan de kwaliteit en de service zal het niet liggen.’

‘Thuiszitten? Nee, dan ga je alleen maar malen’

Bij Jan Datthijn van The Readshop mogen alleen nog maar pakketjes gehaald en gebracht worden en postzegels worden verkocht. Zijn boeken, tijdschriften, loten en rookwaar staan stof te verzamelen. Toch is Jan tijdens de lockdown open.

‘Ik doe dit puur voor mijn klanten, zodat ze niet naar andere delen van de stad hoeven te gaan voor hun pakketjes. Ik krijg mensen uit andere wijken en Zeijen hier, want niet elk stadsdeel of dorp heeft een pakketservice. En het is wel nodig. Afgelopen maandag kwamen mensen 200 pakketten brengen, 4,5 container vol! Die mensen wil ik niet in de steek laten. Maar ja, verder mag ik niks.’

Dubbel gevoel

En dat geeft hem een dubbel gevoel. ’Het doel is: minder mensen op straat richting winkels. Maar men mag hiernaast wél naar de Albert Heijn en bij mij pakketjes brengen. Dan zijn ze toch al hier, waarom mogen ze dan geen boek, tijdschrift of rokerij kopen?!’

In de 38 jaar dat Jan zijn winkel heeft, was het de eerste keer dat hij dacht aan sluiten. ‘Ik krijg wel een kleine vergoeding van Post.nl, maar geen Staatssteun. Daarvoor moest je minimaal 30 procent minder omzet draaien dan in het laatste kwartaal van 2019. Omzet, hè, geen winst. En ja, tabak is qua prijs behoorlijk gestegen, maar de winstmarge is klein. Dus ik verkocht dan wel goed (omzet), maar verdiende er weinig op.’

Omdat de vaste lasten gewoon doorgaan, is het amper rendabel om de deuren open te houden. Jan: ‘Maar ja, wat moet je dan? Thuiszitten? Nee, dan ga je alleen maar malen. Ik doe het voor mijn vaste klanten. Sommigen heb ik zien opgroeien. Die kochten hier als kind snoepjes, nu shag. Veel van hen steken regelmatig even ‘de kop langs de deur’. ‘We willen graag wat bij je kopen Jan, we gunnen je het zó. Veel Sterkte!’ En ja, dat doet me goed.’

Weggooien

Van dat goede gevoel kan hij echter niet leven. ‘En ik haal de schade ook niet meer in. Net als kleding- en schoenenzaken verkoop ook ik tijdgebonden artikelen. De berg agenda’s die ik bijvoorbeeld nog heb kan ik straks wel weggooien. En tijdschriften worden niet eens meer geleverd. Mijn vrouw en ik teren nu in op onze spaarcenten en de vergoeding van Post.nl wordt straks minder. Of ik het ga redden? Het is een wedloop tegen de tijd. Heel veel langer moet het niet gaan duren.’

Hij kijkt nog een keer naar buiten. Dan: ‘Weet je, hier is in totaal 59 keer ingebroken. Elke keer weer een grote klap, maar ik ben er nog. Maar corona… dat is wel de overtreffende trap.’

‘Mensen gunnen je wat, kopen hun bloemen hier’

Voor bloemenzaak ‘Bij de Bloemenwinkel’ staat een klein tafeltje met het bordje ‘kassa’. Want in de winkel mag niets verkocht worden, vóór de winkel wel. Gaatske de Vries uit Groningen begon de bloemenzaak vorig jaar januari, toen alles nog ‘normaal’ was.

‘Drie maanden was het leuk’, verzucht Gaatske, ‘en toen kwam de eerste lockdown. Ik ben overgestapt op deze ‘kraamverkoop’ en dat doen we nu weer. Alleen in de zomermaanden mochten klanten binnenkomen. Al met al is het nog wel te behappen hoor. Gelukkig is er veel aanloop in dit winkelcentrum omdat de Albert Heijn er zit. En maken de mensen een rondje: supermarkt, bakker, slager, bloemetje.’

Dorpsgevoel

Voordat Gaatske voor zichzelf begon, werkte ze in bloemenzaken in Groningen. Waarom een winkel in Assen? ‘Tja, deze ruimte kwam op mijn pad en ik hou wel van het dorpsgevoel, dat toch een beetje heerst in deze wijk. Eensgezindheid, verbondenheid. Mensen gunnen je wat en kopen regelmatig hun bloemen hier. Gelukkig maar.’