‘Je hebt te maken met heel zieke patiënten en hun familie voor wie een verblijf op de IC emotioneel vaak heel zwaar is’

De Asser Courant portretteert regelmatig mensen in het Wilhelminaziekenhuis in Assen. Deze week: Leo van Doorn, IC-verpleegkundige.

Wat doe je in het WZA?

‘Als IC-verpleegkundige ben ik verantwoordelijk voor één of twee patiënten op de Intensive Care. Dat betekent dat je eigenlijk alles doet. Van het aansluiten van de apparatuur en het instellen en geven van de medicatie, tot de controles en de lichamelijke verzorging van een patiënt. Je zorgt ervoor dat een patiënt veilig en stabiel is. En dat doe je samen met de intensivist.’

Waarom dit vak, wat maakt het zo mooi?

‘Het is de dynamiek en intensiteit van het werken op een IC. Je hebt te maken met heel zieke patiënten en hun familie voor wie een verblijf op de IC emotioneel vaak heel zwaar is. Er gebeurt veel in korte tijd en daarin probeer je te ondersteunen. Je probeert hoop te bieden, maar bent wel altijd eerlijk. We werken aan herstel, maar er kan een moment komen dat je samen met de intensivist moet vaststellen dat daar geen zicht meer op is. Dat verder behandelen zinloos is en het moment komt om terug te trekken. Ook uit respect voor de patiënt.’

Wat heb je nodig om dit werk te kunnen doen?

‘Werken op de IC betekent dat je veel kennis moet hebben van de anatomie, fysiologie en pathologie om het ziekteproces te begrijpen. En dat je kennis moet hebben van de apparatuur en de techniek. Als IC-verpleegkundige moet je precies snappen waaruit de behandeling bestaat en weten wat te doen als het misgaat. Die diepgang maakt mijn werk ook mooi. En het geeft een grote verantwoordelijkheid waar je je altijd van bewust bent. Patiënten liggen hier omdat hun vitale functies verstoord zijn – de ademhaling, de nieren, het hart. Als het dan niet goed zou gaan met de apparatuur en de medicatie, kan dat heel ernstige gevolgen hebben. Maar die verantwoordelijkheid drukt pas zwaar als je niet de goede apparatuur of medicatie hebt. Zoals dit voorjaar bij corona. We kenden het ziektebeeld niet en het materiaal kon niet meer de ondersteuning bieden die patiënten nodig hadden.’

Wat vind je leuk aan werken in het WZA?

‘Het kleinschalige is de reden dat ik in het WZA ben gaan werken. Ik wil het begrip ‘korte lijnen’ eigenlijk liever niet noemen, maar het informele karakter van het WZA is heel fijn. Dat je gemakkelijk iets kunt regelen en niet eerst langs vijf, zes mensen moet, maar laagdrempelig met iedereen contact kunt opnemen.

En vergeet niet de bouw van onze nieuwe IC- en hartbewakingsafdeling. Samen met een aantal collega’s heb ik me daar heel hard voor ingezet. Ik heb veel gelezen over wat ruimte doet met een mens – met patiënten en medewerkers. Dat is echt boeiend. Ik ben dan ook heel trots op het resultaat dat er nu staat.’

Wat wens je voor de toekomst?

‘Ik hoop én denk dat er in de toekomst nog minder IC-bedden nodig zijn dan nu. Dat is namelijk een teken dat de behandeltechnieken alleen maar beter worden. In de afgelopen dertig jaar is er al enorm veel veranderd. Vroeger waren er veel grote operaties waarbij de borstkas of de buik helemaal open moest en een patiënt na de operatie naar de IC. De technische ontwikkelingen zijn zo dat steeds meer ingrepen endoscopisch kunnen – dus via een kijkoperatie – waardoor de kans op complicaties en de gang naar de IC steeds minder wordt.’

Tekst: Anita Harte