Loes Hehanussa-Polnaja: ‘Het geeft voldoening om Molukse ouderen een gevoel van thuis te geven’

​Vrijwilligers zijn van onschatbare waarde. Hun inzet zal door de toenemende zorgvragen en vergrijzing de komende jaren harder nodig zijn dan ooit. Wie zijn die mensen die onbetaald de helpende hand uitsteken, waar komt hun vrijwillige energie vandaan en wat levert het hen op?

Als opmaat naar 2021 – Nationaal Jaar Vrijwillige Inzet – in de rubriek Mensen maken Assen elke twee weken een vrijwilliger aan het woord. Deze week: Loes Hehanussa-Polnaja 

Naam: Loes Hehanussa-Polnaja
Leeftijd: 64
Woonplaats: Assen

Vrijwilligerswerk: coördinator & vrijwilliger dagopvang, huisbezoek & belangenbehartiging

Wat doe je?

‘In 2010 zijn we in de Rehoboth kerk gestart met Daun Pisang, een informele dagopvang voor eerste generatie Molukse ouderen. Ik coördineer hier de bezetting en coach de vrijwilligers. We zijn nu met een team van tien vrijwilligers, waarvan de meesten 70-plus zijn. Met de dagopvang willen we vereenzaming voorkomen door afleiding te bieden, een praatje te maken en ouderen met elkaar in contact te brengen. Daun Pisang voorziet in een groeiende behoefte. En veel positieve ervaringen hier deel ik met andere Molukse wijken waar ook plannen voor een dagopvang zijn. Dit komt ook door mijn rol in de Landelijke Stuurgroep Molukse Ouderen (LSMO) waar ik als regiocoördinator voor de Molukse ouderen in Noord-Nederland adviseer over zorg en welzijn en belangenbehartiging. Verder werk ik nog parttime als activiteitenbegeleidster bij Bunga Tjenke, de Molukse afdeling in de Slingeborgh in Assen, waar ik ook vrijwilligers coach in de begeleiding van Molukse ouderen met dementie.’

Wat haalde jou over de streep om dit te gaan doen?

‘Het heeft altijd goed gevoeld om mij in te zetten voor zorg en welzijn voor een ander, als beroepskracht én als vrijwilliger. Niet voor mijzelf maar vanuit passie en mijn geloof. In 1977, de roerige tijd rond de gijzeling, volgde ik in Assen bij het Wilhelmina Ziekenhuis Assen de interne opleiding ziekenverzorgende. Til-liften waren er nog niet en ik ben klein van stuk, toch heb ik het 24 jaar volgehouden. Toen heb ik de opleiding SPW gevolgd en sindsdien ben ik met veel plezier als activiteitenbegeleidster werkzaam. Begin 2000 vroeg ds.Theo Pattinasarany - hij kende mij ook via de classisactiviteiten van mijn man Wim - om in zijn plaats deel te nemen aan een conferentie van de LSMO. Hier werd het zaadje geplant voor het vrijwilligerswerk dat ik nu doe. Zorgen voor een ander hoef je niet alleen te doen, er is een groot netwerk en ik help mensen om de weg hierin te vinden.’

Wat vind je mooi aan je werk?

‘Het geeft zoveel voldoening als ik zie dat het ons lukt om Molukse ouderen, ook als zij niet meer zelfstandig kunnen wonen, dementie krijgen, een gevoel van thuis te geven en contact te maken. Daarvoor moeten we bekend zijn met hun verleden, ook van de tweede generatie Molukse ouderen, de bungs en usi’s. Zij zijn in 1951 met hun ouders naar Nederland gekomen, zeer streng opgevoed tegen de achtergrond van het KNILregime. Tegenspraak werd niet geduld. Deze generatie is altijd dankbaar geweest voor alles wat hun ouders voor ze overhad, maar op hoge leeftijd komt opgekropt verdriet en frustratie naar boven. Ik voel me dan gezegend dat ik mijn vaardigheden en kennis mag en kan overbrengen op de collega-vrijwilligers. Kennis van ouderenzorg, onze geschiedenis en achtergrond geeft begrip voor de situatie én zelfvertrouwen voor je eigen functioneren en optreden.’

Welke gebeurtenis is je bijgebleven?

‘Dat zijn er vele hoor! Heel aangrijpend vond ik onlangs een huisbezoek. We bezoeken ouderen die erg alleen zijn, misschien willen ze een keer naar Daun Pisang komen. Mevrouw deed heel schuchter open. Ik zag haar gevoel van schaamte om ons binnen te laten en ze probeerde woorden te vinden om zich te verontschuldigen voor haar situatie. Maar we kwamen voor háár, niet om te oordelen over de staat van haar huiskamer. Onzeker liet ze ons binnen, maar toen ze eenmaal haar eigen plekje had ingenomen tussen haar eigen spulletjes, stapeltjes en verzamelde rommeltjes was ze volledig op haar gemak. Het verschil tussen het ene moment en het andere was zó opvallend! Een bevestiging voor ons hoe belangrijk het ‘thuisgevoel’ is voor het welbevinden van mensen. Dit thuisgevoel maakte dat deze mevrouw zich openstelde. “Loes mag terug komen!” zei ze!’

Wilt u meer weten over vrijwilligerswerk? Kijk op www.VIPAssen.nl

Tekst: Monique Bodegom, www.samenouderworden.nl