In memoriam: Fré Bos, de eigenzinnige godfather van het veldrijden, is niet meer

Tientallen wielrenners stoomde hij in zijn leven klaar voor het grote werk. Fré Bos is er niet meer, maar de eigenzinnige trainer en ploegleider is nog lang niet vergeten.

Naast de namen van zijn familieleden mocht de poot van Moppie natuurlijk niet ontbreken in de rouwadvertentie van Fré Bos, die zondag op 88-jarige leeftijd in zijn woonplaats Assen overleed. De kat bezorgde het wielerdier veel plezier op zijn oude dag, die hij sleet in zorgcentrum De Boshof. Onafscheidelijk waren ze. ,,Zes uur ’s ochtends tikt ie me wakker. Je kunt de klok erop gelijk zetten’’, zei Bos vijf jaar geleden nog in een interview.

Hij genoot vooral bekendheid als de godfather van het noordelijke veldrijden, maar Fré Bos deed meer dan dat. Zijn naam vormde tientallen jaren een begrip in de noordelijke wielerwereld en ver daarbuiten, eerst als wielrenner, later als soigneur, ploegleider, trainer en teammanager.

Midvoor

Opgegroeid in Nieuw-Buinen begon Frits Bos, die later Frederik en al heel snel Fré werd, als midvoor van de plaatselijke voetbalclub. Het duurde niet lang voordat het wielervirus vat op hem kreeg. Het was opa Smit die de plaatselijke jeugd wat geld gaf om te wielrennen. Een van de eerste criteriums waar Bos acte de présence gaf was de Ronde van Borger. De sportman in hart en nieren deed mee op een gewone fiets, maar dat maakte niet uit. Hij gaf iedereen het nakijken.

Bos was tijdens zijn actieve carrière uiteindelijk goed voor een kleine veertig overwinningen, waaronder de Ronde van Vlagtwedde in 1957. Dat beschouwde hij als één van zijn grootste triomfen, mede omdat hij tijdens die wedstrijd twee ronden voorsprong opbouwde, onder anderen op een zekere Peter Post. Bos werd dat jaar kampioen op de weg van de provincies Groningen, Friesland, Drenthe en Overijssel.

Bos leverde zo’n vijftig Nederlandse kampioenen af

Toen hij zijn racefiets in 1964 definitief had geparkeerd ging Bos verder in de begeleiding. Als trainer ontwikkelde hij een geheel eigen kijk op wielrennen. Je moest in hem geloven, anders werkte het niet. Fameus waren de zware regiotrainingen in de bossen rond Steenbergen. Hij bracht er hele generaties renners groot, van Erik Dekker tot aan Pieter Weening en alles wat er tussenin zat. Naar schatting leverde Bos in zijn leven zo’n vijftig Nederlands kampioenen af in tal van categorieën.

Ploegleider was hij onder meer bij de Drentse Melkploeg, de Ketting-ploeg en de ploeg van sponsor Klaas Oosterhof, juwelier te Assen. Ook was hij van de partij als begeleider van nationale selecties in binnen- en buitenland. Hij werkte samen met renners als Joop Zoetemelk, Gerrie Knetemann en Jan Raas. Veldrijden werd later zijn specialiteit. Martin Hendriks, die in de jaren tachtig en negentig tot de internationale top van de cyclocross behoorde, was het grootste talent dat hij voortbracht.

Dagelijkse verjaardagskalender

Tot op hoge leeftijd bleef Bos als eregast evenementen als De Gouden Pijl, de Ronde van Drenthe en de Superprestige van Gieten bezoeken. Na een hersentumor besefte hij dat hij in blessuretijd leefde. 32 keer werd hij bestraald. Hij werd doof aan beide oren, zwabberde wat met zijn been, maar hij hield de moed erin. Daar zorgden onder meer de 252 brieven wel voor die hij kreeg uit binnen- en buitenland tijdens zijn ziekbed. Geweldig vond hij dat. In 2015 merkte Bos nog op dat het wel aardig zou zijn als zijn naam zou worden opgenomen in de dagelijkse verjaardagskalender van de krant. Zodat de mensen op 30 mei zouden denken: mooi dat Fré Bos er nog is.

Fré Bos is er niet meer, maar de legendarische godfather van het veldrijden zal in de gedachten van vele wielerliefhebbers voortleven.