WZA-analist Sandra Homan: ‘Een arts kan eigenlijk niet zoveel zonder ons’

​De Asser Courant portretteert regelmatig mensen in het Wilhelminaziekenhuis in Assen. Deze week: Sandra Homan, klinisch chemisch analist

Wat doe je in het WZA?

‘Kortgezegd doe ik bloedafname bij patiënten die zijn opgenomen en soms ook bij patiënten die op de spoed binnenkomen. Ik analyseer dat bloed, bepaal de waarden van bijvoorbeeld de nierfunctie, de leverfunctie en de ontstekingswaarden, en zorg ervoor dat de arts betrouwbare uitslagen krijgt waarmee die weer verder kan. Ik ben dienstdoend analist, zoals dat heet. Dat betekent dat ik niet alleen overdag werk, maar ook in de avonden, nachten en het weekend.’

Wat vind je mooi aan je werk?

‘Het mooie aan mijn vak is dat je echt bijdraagt aan de zorg voor de patiënt. Een arts kan eigenlijk niet zoveel zonder ons – bij de meeste behandelingen is bloedonderzoek nodig. Wij leggen voor hem dan eigenlijk de puzzelstukjes op hun plek. Geen dag is hetzelfde, er kan van alles gebeuren en dat onverwachte geeft extra uitdaging aan mijn werk. Bijvoorbeeld als er een patiënt komt die heel snel veel bloed verliest. Dan is er hectiek en moeten we zo snel mogelijk zakjes bloed bestellen. We moeten het dan vervolgens testen en bepalen of het bij deze patiënt past. Heel verantwoordelijk werk. Als ik een fout zou maken dan heeft dat grote consequenties voor de patiënt en daar ben ik me elke dag van bewust. Maar als je kunt bijdragen aan het redden van iemands leven, geeft dat veel voldoening.’

‘Dat er van alles kan gebeuren heb ik dit voorjaar ook nog ervaren: ik kreeg corona. Waarschijnlijk doordat ik een patiënt had geprikt die achteraf positief bleek. Dat is dan toch een risico van dit vak, al denk ik tegelijk ook: het is niet anders.’

Waarom heb je voor dit vak gekozen?

‘Ik wilde ‘iets’ in de zorg gaan doen, maar geen arts worden. Zo kwam ik in het hogere laboratorium onderwijs terecht. Als je begint weet je niet precies wat het inhoudt, maar tijdens stages merkte ik dat je heel nauwkeurig moet zijn en een groot verantwoordelijkheidsgevoel moet hebben.’

Wat vind je leuk aan werken in het WZA?

‘Door de korte lijntjes, de instelling van doe-maar-normaal en het ons-kent-ons, voelt het WZA voor mij als thuis. Ik voel me ook een echte WZA’er, al ben ik dat formeel niet. Ik begon hier in 2005 op het WZA-lab en op het moment dat het overging naar Certe, ben ik daar in dienst gekomen. Mijn werkzaamheden zijn al die tijd hetzelfde gebleven en daar ben ik blij mee.’

Wat wens je voor de toekomst?

‘Er komt steeds meer apparatuur die de waarden in het bloed kan bepalen en het handwerk overneemt. Dat is misschien jammer, maar het is ook iets van deze tijd. Het aantal analyses is tegenwoordig veel hoger, zodat je niet meer zonder deze apparatuur kan. Tegelijk kun je de getalletjes die een apparaat produceert niet zomaar overnemen. We moeten ze altijd interpreteren en valideren. Dat wil zeggen: kijken of ze passen bij het beeld van de patiënt en ze goedkeuren voor ze naar de arts gaan. Vroeger bepaalden wij de waarden en deed de klinisch chemicus de beoordeling. Nu doen we dat veel meer zelf. Wat mij betreft mag dat nog lange tijd zo doorgaan.’

Tekst: Anita Harte