Dirick Jan van Strien: Van Shanghai naar Loon

Loon - Hij is naast voetbaltrainer en gymleraar vooral een globetrotter. Als het even kan reist Dirick Jan van Strien (35) de hele wereld over. Niet enkel naar plekken waar een bal rolt, maar ook om zijn culturele en sociale horizon te verbreden.

Van Strien is nu ‘geland’ in Loon, waar hij komend seizoen niet alleen verantwoordelijk is voor de hoofdmacht van LEO, maar ook de jeugdopleiding voor zijn rekening neemt. En zijn toch al volle agenda raakt de randen met het assistent-trainerschap bij FC Groningen O14.

Baflo

Voor een wereldreiziger is Dirick Jan van Strien van vrij bescheiden komaf. Het Groningse dorp Baflo is zijn thuisbasis, hoewel hij binnenkort verhuist naar een woning in de schaduw van de Martinitoren. ‘Ik ben begonnen als voetballer bij vv Marcia in Baflo, het huidige vv Rood Zwart Baflo. Daarna heb ik gespeeld voor Hunsingo in Winsum en Velocitas 1897 uit Groningen. Ik was geen uitblinker, nee, meer een verdienstelijk voetballer.’

Het trainerschap zat er al vroeg in, op zijn 15de coachte Van Strien de E1 van Warffum, als assistent van zijn broer. Hij ging op zijn 17de naar de Academie voor Lichamelijke Opvoeding( ALO) en behaalde zijn eerste trainersdiploma, een paar jaar later gevolgd door zijn tweede, die hem als hoofdtrainer leidden langs Velocitas zaterdag 1, vv Bedum en de studenten van GSAVV Forward.

Overlijden vader

Bij die laatste club werden het drie seizoen met (persoonlijke) ups en downs. Van Strien: ‘Ik heb daar een supermooie tijd gehad. Ik had een goede lichting voetballers te pakken en in het tweede seizoen werden we kampioen. Het jaar daarna degradeerden we weer, maar dat was ook het jaar waarin eerst de vader van twee van mijn spelers kwam te overlijden. En drie maanden later overleed mijn vader. Dan merk je dat voetbal bijzaak is. Ik zat er niet lekker in, had geen focus.’

Hij zwijgt even. ‘Ja, zulke gebeurtenissen vormen je wel.’

Reizen is een grote hobby van de Groninger. Hij zwierf al over de hele wereld, bezocht tot nu toe 34 landen. Dat begon al vroeg, met zijn eerste echt grote reis op z’n 20ste. ‘Voor het afstuderen op de ALO ben ik zes maanden naar het buitenland geweest. Ik wilde eerst naar Nieuw-Zeeland, vooral vanwege de film The Lord of the Rings, maar het werd Bolivia. Daar runden we het ontwikkelingsproject ‘Ballen voor Bolivia’, voor kansarme kinderen. Mooi, dankbaar werk.’

China

In 2015 lonkte een nieuw avontuur. In China, Shanghai. Een vriend van Van Strien was daar als trainer actief bij de East Asia Youth Football Club en vroeg onder anderen Van Strien om hem daarbij te assisteren. Een mooie uitdaging, dus werden de koffers weer tevoorschijn gehaald. ‘De Chinese president Xi Jinping is een enorme voetballiefhebber en wil dat China in 2030 wereldkampioen wordt. En als de president iets wil, dan komt daar geld voor op tafel, waarmee onder meer veel geïnvesteerd wordt in jeugdvoetbal.’

Van Strien kwam in Shanghai in een totaal andere sportieve, maar ook culturele omgeving terecht dan hij gewend was. Hij moest, nadat de voetbalclub was gekoppeld aan de internationale school YK PAO, kinderen de beginselen van het spel bijbrengen. Met name op de club was dat niet gemakkelijk, want Van Strien sprak geen Chinees. ‘Ik had een Chinese assistent die op het veld voor mij moest vertalen. Maar als je dacht dat je in het Engels goed had uitgelegd wat die kinderen moesten doen, gebeurde er plots heel wat anders. En ja, dan wordt het lastig.’

Meer lachen

Daarnaast was Van Strien ook qua persoonlijkheid een vreemde eend in de bijt. ‘Zo kreeg ik in het begin te horen dat ik altijd zo moeilijk keek. Ik moest wat meer lachen… Maar ja, dat kwam ook omdat ik vaak niet begrepen werd. En Chinezen zijn gesloten, op zichzelf en niet gewend direct naar elkaar toe te zijn. Dat is een vorm van beleefdheid, maar als buitenstaander best moeilijk als je een duidelijk punt wilt maken.’

De Groninger spreekt al met al echter van een mooie leerschool van vier jaar. ‘Ik heb bijvoorbeeld geleerd meer geduld te hebben als mensen je niet meteen begrijpen. Maar ook sneller grenzen aan te geven, eerder nee zeggen als het ook nee is. En ik heb er vriendschappen gesloten. Ja, ook met Chinezen.’

Onbedoelde vrije periode

Een gemiste trein naar Beijing (Van Strien stond op het verkeerde station...) én een mislukte visumaanvraag voor Rusland luidde vorig jaar voor hem een onbedoelde vrije periode in. ‘Ik wilde eigenlijk terugreizen met de Trans Mongolië Express, maar dat ging dus niet door. Toen ben ik maar naar Vietnam gegaan, ben nog even terug geweest in Shanghai en uiteindelijk keerde ik in november via Engeland terug in Nederland.’

Na twee maanden vloog Van Strien alweer naar Mexico, waar hij tijdens een stage bij de topclub CF Pachuca veel kennis opdeed op het gebied van voetbal en voeding. Tot het coronavirus zich begon te roeren. ‘Zou dat problemen opleveren voor internationale vluchten? Ik ben voor de zekerheid maar terug gegaan naar Nederland.’

Daar werd Van Strien gevraagd voor het assistent-trainerschap bij FC Groningen O14, een kans die hij met beide handen aangreep. En zijn oog viel op de vacature bij LEO. ‘Een derdeklasser in Loon. Inderdaad, wel even iets anders dan Shanghai, maar hé, ik kom uit Baflo, nog kleiner dan Loon, haha.’

Goede doorstroming jeugd

Bij LEO is Van Strien tevens hoofd jeugdopleiding. ‘Ik moet voor een goede doorstroming zorgen van de oudste jeugd richting de selectie. En ja, dat ligt me wel, de jeugd loopt toch al als een rode draad door mijn trainerscarrière.’ Van Strien doet dat in Loon samen met Wybren Valkema. ‘Want mijn schema zit, samen met de jeugd van FC Groningen, vol. Ik denk dat ik geen avond thuis ben als het seizoen begint.’

Zijn doel met LEO 1? ‘Het is een grote, goede groep en ik heb het idee dat het wel klikt. Er is een goede balans tussen plezier en hard werken en op het veld ben ik de trainer, maar daarna pas ik volgens mij prima tussen de jongens. Eens kijken wat het wordt straks. Natuurlijk is het doel in elk geval in de derde klasse te blijven, maar net zo belangrijk is dat LEO met de doorstroom van jeugd een solide basis legt voor de toekomst.’

Tekst: Robbert Willemsen