‘Sluiting centrum fikse domper, we moesten er maar het beste van maken’

Hooghalen - Precies een jaar geleden trad Gerdien Verschoor aan als directeur van Herinneringscentrum Kamp Westerbork in Hooghalen.

De opvolger van Dirk Mulder gebruikte de eerste maanden om zich te oriënteren op de plek, van waar in de Tweede Wereldoorlog ruim 100.000 Joden, Roma en Sinti werden gedeporteerd naar vernietigingskampen als Auschwitz en Sobibor. De voorbereidingen op 75 jaar vrijheid en gedenken waren volop aan de gang. En toen kwam het coronavirus.

Geen onbekende

Gerdien Verschoor is geen onbekende als het gaat om de gruwelijkheden die door de nazi’s werden gepleegd tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kunsthistoricus werkte en woonde jarenlang in Polen. Ook schreef Verschoor romans en korte verhalen, met de oorlog als inspiratiebron. Ze bezocht onder meer de voormalige vernietigingskampen Auschwitz-Birkenau en Majdanek en dat maakte diepe indruk op haar.

De benoeming als directeur van Herinneringscentrum Kamp Westerbork bestempelt zij dan ook als ‘bijzonder eervol’. ‘Toen ik begon in Hooghalen heb ik eerst de tijd genomen om die enorme traditie van het centrum op me in te laten werken, want met alles wat hier is gebeurd is het centrum één van de meest historische plekken van het land.’

Fijne collega’s

Het was heel wat, geeft Verschoor toe, om in de voetsporen van haar voorganger Dirk Mulder te treden. ‘Maar ik kwam hier terecht in een omgeving met fijne collega’s, die heel veel kennis, passie en bevlogenheid toonden. Heel bijzonder. Toen ik begon, was het nog vakantie, niet iedereen was aanwezig. Maar dat gaf me juist de gelegenheid om rustig iedereen te leren kennen en kreeg ik een goed beeld door alle verschillende verhalen uit de diverse lagen van de organisatie.’

Eind januari werden op het voormalig kampterrein de 102.000 namen voorgelezen van de mensen die in de Tweede Wereldoorlog werden gedeporteerd en vermoord. Ruim 800 lezers, waaronder familieleden van de slachtoffers, hadden zes dagen en vijf nachten (118,5 uur) nodig om alle namen te noemen vanuit een doorzichtige tent met uitzicht op het monument ‘De 102.000 Stenen’. De laatste naam werd genoemd op 27 januari, op het moment dat de officiële Auschwitz-herdenking begon. Het vernietigingskamp werd 75 jaar geleden op precies die dag bevrijd.

Zeer indrukwekkend

Verschoor: ‘Al die namen die werden opgelezen, door al die mensen die van heinde en ver naar Hooghalen waren gekomen… Zeer indrukwekkend. Je krijgt dan ook een beeld van de omvang van de tragedie die zich hier heeft afgespeeld. En dat het centrum nu die belangrijke rol heeft om in een vertrouwelijke sfeer samen te herinneren en emoties te delen. Maar ik heb ook gezien hoe ons team zes dagen en vijf nachten in touw was. Ik had het eerder al over die passie en bevlogenheid bij onze medewerkers en vrijwilligers: het harde werken om alles in goede banen te leiden was daar weer eens een bevestiging van.’

De viering van 75 jaar bevrijding had dit jaar een grote rol moeten gaan spelen in de activiteiten in het centrum. Maar net toen de belangrijke maanden april en mei voor de deur stonden, gooide het coronavirus half maart wereldwijd alles in het slot.

Verschrikkelijk

‘En dat’, verzucht Verschoor, ‘was verschrikkelijk. Op 12 april zou de bevrijding van kamp Westerbork herdacht worden, we zouden overlevenden van diep in de 80 jaar samenbrengen. Dat ging dus niet door. Moesten we het verschuiven naar september? Maar ja, we wisten natuurlijk niet hoe het virus zich zou gedragen en we wilden geen enkel risico nemen met deze kwetsbare groep. In eerste instantie dus uitstel, maar nu hebben we deze herdenking verschoven naar volgend jaar.’

De deuren van het museum gingen dicht. Dus ook voor duizenden scholieren, die in Hooghalen schoolprogramma’s zouden volgen, met onder meer overlevenden die hun persoonlijke verhalen zouden komen vertellen. En natuurlijk ging de dodenherdenking op 4 mei niet door, juist nu tijdens ’75 jaar vrijheid’.

Het beste van maken

Een fikse domper, maar de directeur ging niet bij de pakken neerzitten. ‘We moesten er maar het beste van maken en vanuit de organisatie kwamen enkele goede ideeën. Voor 4 mei maakten we een podcast waardoor iedereen de Dodenherdenking, zoals we die zouden organiseren, vanuit huis kon volgen. Het centrum was dan qua bezoek wel leeg, maar binnen waren volop ‘onzichtbare activiteiten’. Zoals het werken aan ons project “Een naam en een gezicht”, waarbij we gegevens verzamelen van mensen die hier gevangen hebben gezeten. Wat is er met hen gebeurd, zijn er foto’s, is er documentatie? En omdat velen thuis waren, tijd hadden, kwamen er ook veel meer vragen binnen. Ook hebben we gewerkt aan komende tentoonstellingen en andere toekomstige projecten. Daarnaast hebben collega’s en vrijwilligers een interne bijscholing gehad onder de vlag van de ‘Westerbork Academie’. Daar hadden we nooit de tijd voor, nu wel.’

En Verschoor hield uiteraard de financiën in de gaten. Want geen bezoekers, geen inkomsten. ‘Gelukkig hebben we onder meer noodsteun van het ministerie van VWS gekregen. Er is in totaal twee miljoen euro beschikbaar gesteld voor oorlogsmusea, dat bedrag moet onderling verdeeld worden. Ja, dat geeft wel enige lucht, maar ik ben blij dat we nu weer open zijn. Immers, onze opdracht is het vertellen van de verhalen van kamp Westerbork.’

5 miljoen van NS

Deze week werd bekend gemaakt dat Herinneringscentrum Kamp Westerbork, kamp Vught, kamp Amersfoort en het Oranjehotel gezamenlijk 5 miljoen euro krijgen van de NS. Daarmee wil de NS het ‘leed en lot’ erkennen van de grote groep getransporteerde gevangenen, die buiten de individuele tegemoetkoming vallen. Het is de bedoeling dat die 5 miljoen onder meer wordt uitgegeven aan educatie voor jongeren. Verschoor: ‘Dat geld is bedoeld om onze centra toekomstbestendig te maken voor toekomstige generaties en daar zijn we natuurlijk zeer dankbaar voor. Het is echter zeker niet de bedoeling dat we hiermee onze door corona ontstane exploitatietekorten gaan aanvullen.’

Per 1 juli zijn de regels weer wat meer versoepeld, maar het Herinneringscentrum houdt de richtlijnen van het RIVM strikt aan. Verschoor: ‘Voor bezoek aan het museum geldt 1,5 meter afstand, gezondheid gasten checken, alleen online een kaartje kunnen kopen, stoplichten bij de toiletten… En we zijn om de beurt voorpleinmanager om te kijken of alles goed gaat. Op het voormalig kampterrein kan iedereen gewoon rondlopen, maar we doen een beroep op de mensen elkaar ook daar voldoende ruimte te geven. Zeker nu naar verwachting veel toeristen deze zomer Drenthe gaan bezoeken en (hopelijk) ook naar ons centrum zullen komen.’

Bezoekers kunnen helpen

Of een drukke zomer de geleden schade nog wat kan compenseren? Verschoor vreest van niet. ‘Door alle beperkingen profiteren we maar gedeeltelijk van de versoepeling. Maar bezoekers kunnen ons wel helpen. Kijk, voor een bezoek aan het kampterrein hoef je bijvoorbeeld geen entree te betalen, maar een donatie zou meer dan welkom zijn.’

Tot slot: de huidige, felle discussie rond discriminatie en racisme geeft nog maar eens aan dat de geschiedenis zich kan herhalen. Verschoor denkt dan ook dat het goed is dat instellingen als het Herinneringscentrum daarop blijven wijzen. ‘Ik hou niet van deze vergelijkingen: de Holocaust, de moord op de Joden is uniek in de geschiedenis. Maar het is wel duidelijk dat discriminatie en uitsluiting van mensen altijd op de loer liggen.’

Tekst: Robbert Willemsen

Gerdien Verschoor

Kunsthistoricus en auteur dr. Gerdien Verschoor (Boskoop, 1963) was van 2005 tot 2019 directeur van het internationale conservatorennetwerk CODART. Daarvoor was zij conservator bij Museum de Fundatie in Heino/Zwolle en attaché voor pers- en culturele zaken aan de Nederlandse Ambassade in Warschau.

Vanuit die laatste functie was Verschoor onder meer verantwoordelijk voor de dossiers die met de Tweede Wereldoorlog te maken hadden. Zij schreef twee romans en een non-fictie boek waarin de oorlog een grote rol speelt.