Robbert Andringa 16 uur in de bus vanuit Polen. ‘Assen is voor mij nog steeds mijn thuis’

Assen - Geen vliegtuig, geen auto beschikbaar. Wat doe je dan, als je als broodvolleyballer tijdens de coronacrisis tóch vanuit Polen naar je thuisbasis in Assen wil? Juist, je neemt de bus.

Robbert Andringa had er een reis van 16 uur voor over om onder meer zijn dertigste verjaardag in zijn ouderlijk huis te kunnen vieren. Want ja, volleyballen zit er voorlopig toch niet in.

Sporthallen gesloten

Andringa was aan zijn derde seizoen bezig bij de Poolse club Olsztyn, toen het coronavirus ook daar roet in het eten gooide. Op 8 maart werd de competitie stilgelegd, even later besloot de Poolse volleybalbond het seizoen voor gezien te houden. ‘In de eerste week van maart hebben we nog een wedstrijd gespeeld zonder publiek, maar vervolgens werden de sporthallen gesloten. We konden dus ook niet meer trainen.’

Ook Polen zit in een lockdown. Dat betekent dat Andringa aan huis gekluisterd zat. ‘Eerst mochten we buiten nog wel hardlopen in de parken en bossen, maar dat werd later verboden. In mijn appartement kon ik alleen nog maar wat kleine oefeningetjes doen. Hoewel ik met een aantal teamgenoten in één gebouw woon, kon je toch niet bij elkaar op bezoek. Verder was alles in de stad dicht. Het werd saai. Tijd om naar Nederland te gaan, want Assen is voor mij nog steeds mijn thuis.’

Maar hoe? De luchthavens in Polen zijn gesloten en een auto was moeilijk te regelen. De volleybalinternational en voormalig speler van onder meer Sudosa-Desto en Lycurgus  pakte uiteindelijk de bus. ‘Een Pools vervoersbedrijf reed al vóór corona van Polen via Duitsland naar Nederland. Een reis van 16 uur, maar dat had ik er wel voor over. Dinsdag 21 april was ik weer in Nederland en het is lekker om weer thuis te zijn.’

Verschil in maatregelen

In Nederland ziet Andringa het verschil in maatregelen ten opzichte van Polen. ‘Daar moet iedereen verplicht mondkapjes en handschoenen dragen als je naar buiten gaat. Ik heb die ook. Of het raar voelt dat dit in Nederland niet gebeurt? Tja, elke overheid zal wel haar eigen redenen hebben om iets wel of niet te doen. Ik pas me nu aan aan de richtlijnen in Nederland. Ik heb m’n mondkampje wel bij me, maar draag dat hier niet. Ik moet ook eerlijk zeggen: zo’n kapje dragen is niet echt lekker. Het voelt wat benauwd, je voelt je niet ‘vrij’.  Maar mocht ook de Nederlandse overheid straks zeggen ‘kapje dragen’, dan doe ik dat.’

Prettige bijkomstigheid is, dat de Assenaar op 28 april zijn 30ste verjaardag bij zijn ouders kon vieren. ‘Dat was niet dé reden dat ik naar Assen ben gegaan, maar het was die dag wel leuk om vrienden ‘live’ in plaats van via Facetime te kunnen zien. Hoewel we op afstand moesten blijven en er uiteraard geen handen werden geschud.’

Dagelijks contact

In Polen had Andringa altijd veel digitaal contact met zijn ouders. ‘Bijna dagelijks. Mijn vader en moeder werken allebei in het Wilhelmina Ziekenhuis, dus gingen de gesprekken de afgelopen tijd vaak over corona, vooral toen de Brabantse patiënten werden overgebracht naar Assen. Hoewel mijn ouders niet werkzaam zijn op de ‘corona-afdeling’, kwam het wel dichtbij. En ja, dan maak je je toch zorgen, hè, het zijn wel mijn ouders.’

Gelukkig is iedereen in huize Andringa gezond en geniet hij ervan dicht bij familie en vrienden te zijn. Maar als er in Polen weer gesport kan worden, roept daar weer de plicht. Andringa heeft zijn contract bij Olsztyn net verlengd, want op zich heeft hij het er prima naar zijn zin. Lachend: ‘Maar dan moet er wél gespeeld of tenminste getraind kunnen worden. Afwachten maar’

Quarantaine

Eenmaal terug in Polen moet Andringa – als die coronamaatregel nog van kracht is - eerst verplicht twee weken thuis in quarantaine. ‘En daar zijn ze in Polen streng op, de politie komt dan elke dag aan de deur om te controleren of je ook thuis bent.’

Wat het Nederlands team betreft: het plan ligt er, zo zegt Andringa, om in juli met Oranje weer te beginnen met trainen op Papendal. ‘Maar ook daar staan nu nog grote vraagtekens achter.’

Verheugd op échte vakantie

Andringa had zich er tenslotte deze zomer op verheugd nu ook eens écht vakantie te kunnen vieren. De afgelopen twee jaar werd hij achtervolgd door blessureleed. Een gebroken middenvoetsbeetje dwong hem eerst tot een pittige revalidatie in de zomermaanden, waarna de zomervakantie erop in rook opging na een operatie aan weer het middenvoetsbeentje en de daaropvolgende revalidatie.  

‘Het is zó lang geleden dat ik fit was in een zomer, ik keek echt uit naar een paar weken échte vakantie. Het virus heeft ook dat in de war geschopt. Maar goed, er zijn ergere dingen. Mensen die vechten voor hun leven op de intensive care. En dat moeten we door het nemen van maatregelen zoveel mogelijk zien te voorkomen, de volksgezondheid staat nu op nummer één.’

Tekst: Robbert Willemsen