Inzicht en sterk eindschot brengen Ole Veenhuis uit Assen nationale baantitel

Assen - Ole Veenhuis uit Assen is een veelzijdig wielertalent. Hij kan zowel op de weg als op de baan prima uit de voeten. Op het snelle hout boekte de 17-jarige havo-scholier van CS Vincent van Gogh onlangs zijn voorlopig grootste succes met een titel en een bronzen plak bij de junioren tijdens het NK baanwielrennen in Alkmaar.

Ole Veenhuis zag het levenslicht in het Noord-Hollandse Schagen en woont nu twee jaar in Assen. Het wielrennen zit in het DNA van het gezin. Ole en zijn broer zaten steevast langs de kant als vader Arjan zijn koersen reed en het was dan ook niet vreemd dat zijn nazaten eveneens op de racefiets stapten.

Voorkeur

Ole deed dat op 10-jarige leeftijd bij HRTC in Hoorn, een jaar later reed hij ook zijn rondjes op de baan. Daar komen zijn kwaliteiten – tactisch inzicht en een sterk eindschot – ook goed tot hun recht. ‘Toch heb ik een lichte voorkeur voor de weg. Ik vind dat leuker, er gebeurt meer in een wegkoers.’

Tegenwoordig komt Ole uit voor Willebrord Wil Vooruit (WWV), in Zeeland. Da’s een behoorlijk eind weg. De Assenaar, lachend: ‘Inderdaad, het zijn ook lange dagen als er een koers wordt gereden, alleen al vanwege het reizen. Maar dat heb ik ervoor over. WVV doet mee aan veel mooie wedstrijden die ik wil rijden. En als die wedstrijden in de richting van Assen worden gereden, gaan mijn vader en ik daar op eigen gelegenheid naartoe. Ik train overigens bij Meteoor Assen-Roden en in combinatie met wedstrijden voor WWV past dat allemaal prima in elkaar.’

Terug naar de baan. Want hoewel Ole de weg aantrekkelijker vindt, vierde hij eind vorig jaar tijdens het NK in Alkmaar zijn grootste successen. Op het onderdeel scratch mocht Ole bij de junioren de kampioentrui over zijn schouders trekken, de puntenkoers leverde hem een derde plek op.

Weggereden

‘Op de puntenkoers pakte ik twee maal een ronde op de groep en won een paar tussensprints, wat goed was voor het brons. Tijdens de scratch was ik samen met drie andere renners weggereden van de groep en we pakten nét geen ronde. Dat heeft een puur tactische reden, want als je weer in de groep terecht komt, wordt de situatie onoverzichtelijk en loop je het risico dat een van de andere koplopers ‘stiekem’ wegrijdt.’

In de laatste ronde, toen het kwartet de medailles onderling moest verdelen, kwam Ole als tweede over de streep. Maar omdat de nummer 1 tijdens de sprint een gevaarlijke beweging had gemaakt, werd die gediskwalificeerd door de jury. Ole: ‘Ik wist dat eigenlijk meteen al en dat ik het goud had gewonnen.’

Geen dak

Het beklimmen van het ereschavot was het resultaat van vele uren trainingsarbeid, op het asfalt en op de banen in Amsterdam, Apeldoorn en ja, ook Assen. ‘Als het even kan, train ik ’s zomers op de wielerbaan van Assen. Als het kán. Want de baan is op zich prima, maar er zit dus geen dak op. Als het regent kun je er niet terecht en trainingen plannen is dan moeilijk. Jammer, want mét dak zou deze baan niet alleen ideaal zijn voor mij, maar bijvoorbeeld ook voor de Nederlandse toppers om hier eens een trainingskamp te beleggen.’

Wat de toekomst betreft: Ole verhuist later dit jaar terug naar Schagen. Voor hem is dat gunstig, want de wielerbanen in Alkmaar en Amsterdam zijn dan binnen handbereik en ook de rijtijd richting zijn club in Zeeland wordt aanzienlijk korter. Toch komt, knikken ook zijn ouders Arjan en Mariëtte, school op plek 1. Ole: ‘Als ik mijn havodiploma haal, mag ik van mijn ouders een tussenjaar nemen, waarin ik me volledig kan richten op het wielrennen.’

Johan Cruijff Academie

Maar de jonge renner weet hoe moeilijk het is om door te stoten naar de profs. Hij staart zich daarom niet blind op de sport. ‘Ik wil gaan studeren aan de Johan Cruijff Academie in Amsterdam, International Business, waar ik sport en studie goed kan combineren.’ Nuchter: ‘Kijk, de droom om prof te worden is er wel. Maar ik bekijk het stap voor stap. Mijn eerste ambitie is voor een mooie ploeg intercontinentale wedstrijden te kunnen rijden en bij de beloftes mee te kunnen doen aan de topcompetitie en internationale meerdaagsen.’

Tekst: Robbert Willemsen

Baandisciplines

Het baanwielrennen kent de disciplines sprint, 200, 500 en 1000 meter tijdrit, teamsprint, keirin, individuele -en ploegachtervolging, puntenkoers, afvalrace, leidersrace/temporace, koppelkoers, scratch en stayeren (achter een motor). 

De onderdelen waarop Ole Veenhuis zijn NK-medailles behaalde, zijn de scratch en de puntenkoers.

De scratch is een individuele wedstrijd waarin het peloton een van tevoren vastgestelde afstand aflegt. De vrouwen rijden tien kilometer, de mannen vijftien kilometer. Omdat er geen tussensprint-punten te verdienen zijn, is de renner die het eerst de finish passeert de winnaar, al dan niet na het verkrijgen van een ronde voorsprong.  

In de puntenkoers rijden alle renners eveneens tegelijk op de baan. De mannen rijden 40 kilometer (160 rondjes) en de vrouwen 25 kilometer (100 rondjes). Na elke tien ronden zijn er tijdens tussensprints punten te verdienen. Ook hier is het meestal doorslaggevend of een renner een voorsprong heeft van één of meer ronden.