Asser coureur Dion Otten bleef niets bespaard. ‘Absurd, zoveel pech in één seizoen’

Assen - Dion Otten had met spanning uitgekeken naar het wegraceseizoen. De jonge Asser coureur maakte bij Kawasaki zijn WK-debuut bij ‘de grote jongens’ in de World Supersport 300. Het werd een (harde) leerschool, met crashes en blessures als rode draad. ‘Ook dat is topsport. Vallen en vooral weer opstaan. Maar balen was het wel.’

Het was een droom die uitkwam, zo opent Dion (16), het gesprek. ‘Een deal met Kawasaki, WK-races rijden… Ik was superblij. Het was lange tijd spannend of we het budget rond zouden krijgen, maar met behulp van diverse sponsors lukte het toch en daar ben ik ze heel dankbaar voor.’

Otten had het seizoen ervoor zijn visitekaartje afgegeven in de Internationale Deutsche Meisterschaft (IDM) Supersport 300, waar hij in zijn debuutjaar de podiumplaatsen aaneen reeg, op een tweede plaats in het eindklassement eindigde én Nederlands kampioen ONK Supersport 300 werd. Die erelijst wekte de belangstelling van Kawasaki Benelux en leverde Dion uiteindelijk een contract op. Weer een stap hoger.

Indruk

Het WK-circus maakte direct indruk op hem. Dion: ‘Het is groot en professioneel. Alles ademt topsport. Je merkt het ook aan de onderlinge rivaliteit. In de WK-cyclus is iedereen elkaars concurrent, iedereen wil van elkaar winnen, hoe dan ook. Maar dat wil ik ook. Topsport bedrijven. Me meten met de besten.’

Hij moest wennen aan zijn nieuwe ‘fiets’ en de omstandigheden. ‘En in een ‘normaal’ seizoen was dat ook wel gelukt’, aldus Dion. Het werd echter een verre van normaal racejaar. De ellende begon al in maart. Op het circuit van Andalucia in Zuid-Spanje kwam Otten tijdens een test ten val en brak zijn sleutelbeen op vier plekken. Twee schroeven en een plaat zitten nog steeds in zijn lichaam. Otten: ‘Binnen drie weken zat ik echter alweer op de motor. Het was nog wel pijnlijk, maar pijn hoort bij het racen.’

Rampzalig

Het bleek echter de voorbode te zijn van een rampzalige periode. Op het circuit van Aragón (Spanje) ging Dion op 7 april tijdens de eerste WK-wedstrijd andermaal onderuit en een week later was het op het Superbike-weekeinde op het TT Circuit in Assen wéér raak. Hij crashte door toedoen van een collega-coureur en brak zijn rechterpols en twee vingers.

Het herstel kostte hem de nodige WK-races. Maar de gifbeker was nog niet helemaal leeg. Ook in juni stuiterde Dion hard van zijn machine, dit keer op het asfalt van het Spaanse Jerez en weer veroorzaakt door een andere rijder. Dion brak andermaal een pols, dit keer zijn linker.

Balen

Hij zucht even. Dan: ‘Absurd, een ander woord is er niet voor. Zoveel pech in één seizoen. Weet je, elke coureur valt wel eens en loopt blessures op. Maar dit… En vallen en pijn kan ik nog wel aan, maar het niet kunnen racen omdat je steeds weer moet herstellen, in een seizoen waarin ik zó graag wilde laten zien wat ik kan…  Daar baalde ik nog het meeste van.’

Toch waren er ook momenten dat de pechduivel niet meereed. Zo kende Dion een sterk optreden op het Engelse Donington Park, waar hij als zesde werd afgevlagd. En de Assenaar was blij dat hij tenminste nog aan de start stond van de afsluitende WK-race in Qatar, al was het alleen maar om de oliestaat zelf met haar onvoorstelbare weelde en overvloed en een racebaan die ’s avonds op sprookjesachtige wijze werd verlicht. Dion eindigde daar uiteindelijk als tiende, wat hem een 17de plaats opleverde in de eindrangschikking van de World Sport 300, met ruim 50 deelnemers plus diverse wildcard-rijders.

Binnenvetter

Zo’n seizoen, geeft de jonge coureur toe, gaat je niet in de koude kleren zitten. ‘Ik ben een binnenvetter, krop alle emoties op. Natuurlijk zat ik niet goed in mijn vel, maar liet dat lange tijd niet merken.’ Tot na de race in Portugal. Tijdens de terugreis schoot de kurk van de overvolle fles. ‘Het werd me allemaal wat te veel en ja, toen stroomde alle emotie er in één keer uit.’

Dion  voerde gesprekken met zijn rijderscoach Roy ten Napel en zijn vaste monteur Albert Jan van Dokkum, twee mannen die al jaren zijn steun en toeverlaat zijn. En natuurlijk met zijn vader Edwin. Dion: ‘Zij vormen mijn klankbord. We hebben alles op een rijtje gezet en één ding kwam in elk geval naar voren: ik moet meer van het racen genieten. Kijk, ik ben ambitieus, wil altijd zo goed mogelijk presteren. En als het dan zó tegenzit… Daar kan ik absoluut niet tegen. Maar ik moet me ook realiseren dat de weg naar de top niet in één stap is te maken. En dat wat ik op mijn leeftijd heb bereikt al heel bijzonder is. Ik moet geduld hebben en genieten van de mooie momenten die het racen me brengen.’

Hij ziet het afgelopen seizoen dus maar als een leermoment dat hem mentaal sterker heeft gemaakt. ‘Ook dat hoort bij topsport’, beseft Dion.

Budget

De blik is alweer gericht op volgend seizoen. Kawasaki onderkent ondanks alle pech het talent én het karakter van Dion en is bereid met hem verder te gaan. Vader (en manager) Edwin: ‘Het is nu een kwestie van budget, daar zijn we momenteel druk mee bezig.’ Dion: ‘Natuurlijk hoop ik op een nieuwe kans in het WK-circuit, of anders op een zo hoog mogelijk niveau. Want ik wil laten zien waartoe ik daadwerkelijk in staat ben.’

Tekst: Robbert Willemsen