Palestijnse hapjes voor hulp aan jongeren en goede integratie in Noabershop Assen

Assen - Het is donderdagavond 4 juli, na sluitingstijd. Maar het is nog een drukte van belang in de Noabershop aan de Rolderstraat in Assen. Vrouwen schuiven tafels aan elkaar en zetten de stoelen daar omheen, zodat er voor iedereen een plekje is. Borden en bestek worden keurig geformeerd tegenover de rugleuningen van de stoelen.

Een andere groep  vrouwen buigt zich boven de pannen op een gasfornuis in de keuken achterin de lange winkel. Er wordt gezamenlijk gekookt, gepraat en gelachen. Er staat een Palestijnse couscousmaaltijd te pruttelen in de pannen boven het gas.

Samen maaltijd koken

Het is de eerste donderdag van de maand en al anderhalf jaar lang komt een aantal vrouwen uit allerlei culturen en achtergronden bijeen om in de Noabershop samen met elkaar een Palestijnse maaltijd te koken. En samen van de maaltijd te genieten. Initiatiefneemster Kawther Albaz komt uit Palestina, maar woont al meer dan 33 jaar in Assen, samen met haar man en kinderen. Een paar jaar geleden trof zij in de Noabershop Lien Siwalette, van Molukse komaf en de grote kracht achter de winkel. In deze inbrengwinkel worden altijd heerlijke buitenlandse maaltijden bereid, die tegen een kleine vergoeding verkocht worden. En Lien stelde Kawther voor om daar ook eens een Palestijnse maaltijd te bereiden.

Dat bracht Kawther op het idee om met dit gegeven meer mee te doen en het een grotere vorm te geven door ook meer van haar Palestijnse cultuur te laten zien. Mensen leren elkaar volgens haar meer te respecteren als zij elkaars cultuur begrijpen en proeven. Daarvoor was ze al eerder actief binnen de Nederlandse Arabische vereniging in Assen, die onder meer taalcursussen geeft en andere evenementen organiseert om tot betere contacten tussen de verschillende culturen te komen en zo de integratie te verbeteren.

Boodschappen

De boodschappen voor de maandelijkse Palestijnse hapjesavond worden gesponsord door de Turkse winkel van Dikmen in de Nobellaan en Kawther zamelt al het deelnemersgeld elke maand in voor de stichting Hope. Deze stichting is al meer dan twintig jaar geleden opgericht door de Assenaar Willem Vuchteveen. De stichting Hope probeert getraumatiseerde en gehandicapte kinderen in de Gazastrook door middel van kunst en sport een beter toekomst te geven.

Deze stichting wordt in de Gazastrook internationaal zeer gewaardeerd en onderschreven door onder organisaties als het Rode Kruis. Ook hebben kunstenaars uit Assen in de Gazastrook projecten gedaan met deze kinderen en dat gaat Kawther zeer na aan het hart. Daarom ondersteunt zij op haar manier met haar Palestijnse achtergrond deze stichting, die meer dan 300 kinderen dagelijks helpt.

Andere culturen

Als je zo anderhalf jaar samen kookt met vrouwen uit verschillende culturen, leer je dan ook veel van andere culturen? Jazeker, is het resolute antwoord van Kawther. ‘Nederlanders zijn heel bewust bezig met hun eten. Het moet vooral gezond zijn met veel vitamines en niet vet. Voor het Arabische gerecht Upsidedown kneep ik eerder altijd de gebakken couchettes uit om het vocht eruit te krijgen en strooide later het zout erop. Dat vocht gooide ik dan door de gootsteen. Maar een Nederlandse vrouw leerde mij dat kookvocht juist de waardevolle vitamines bevatten en dat je dit prima kunt gebruiken om rijst mee te koken. Zo blijven de vitamines veel beter bewaard. Maar ik hou ook van Nederlands eten, hoor. Bij ons thuis is hutspot favoriet, samen met stamppot rauwe andijvie. Nu ik hier al anderhalf jaar samen kook, zet ik thuis zeker drie keer in de week een Hollandse maaltijd op tafel.’

Haar kinderen groeien op in een Nederlandse cultuur. Wij waren tot voor vijf jaar geleden het enige Palestijnse gezin in Assen, dan moet je gewoon zorgen dat je goed integreert in de samenleving. Nu wonen er 33 gezinnen uit Palestina in Assen en bestaat de Palestijnse gemeenschap in Assen uit zo’n 200 mensen. Wij komen geregeld bij elkaar en elke keer zeg ik tegen hen: leer je buren kennen, probeer vrijwilligerswerk te doen in Assen en probeer de Nederlandse cultuur te begrijpen.’

Tekst: Lammert Aling