Ei, ei, de paashaas!

Er was eens een heel klein meisje. Het is al zo lang geleden, dat iedereen haar naam vergeten is, maar ze was er wel degelijk! Dit kleine ding vond op een goede, of in dit geval misschien beter gezegd: kwade dag, een ernstig gewond vogeltje. Wat nu?

Plotseling herinnerde zij zich de godin van het begin van de dag, Ostara. Zij bad vurig om hulp. Niet tevergeefs! De godin kwam op het smeekgebed van het kind onmiddellijk toegesneld, bekeek de situatie en concludeerde dat er geen redden meer aan was. Het vogeltje was er zo slecht aan toe, dat ze geen andere mogelijkheid zag dan het trillende diertje in een haas te veranderen. Meewarig keek ze het meisje aan maar beloofde, toen ze haar sip gezichtje zag, dat de haas voortaan één keer per jaar terug zou komen. En dat niet alleen: hij zou in die ene nacht heel veel gekleurde eieren leggen!

Zo is het gekomen dat in iedere zichzelf respecterende zoetwinkel, bakkerij of supermarkt chocolade paashazen en mooi gekleurde eieren liggen. Met dank aan de godin van de dageraad. Binnenkort vieren de christelijke geloofsgemeenschappen het feest van Pasen. Daar wordt een totaal ander -overigens veel jonger- verhaal verteld, het verhaal dat de dood niet het laatste woord heeft.

Toch heeft het ei een prominente functie gekregen bij het paasfeest. Voor onze verre voorvaderen was een ei het symbool van de opstanding. Binnen het jodendom at men eieren op de begrafenismaaltijd als symbool van wedergeboorte na de dood. De oude Germanen aten eieren bij de offermaaltijden van Ostara, de godin van de dageraad, lente en vruchtbaarheid. In de Balkan schenkt men elkaar met Pasen beschilderde eieren voor een goed leven. Drie per persoon. ‘Eén ei is geen ei, twee ei is een half ei, drie ei is een paasei.’

Welk verhaal ook waar is, ik wens de lezers fijne en inspirerende paasdagen!

Tekst: Foekje Dijk, Vrijzinnig Assen