Hoofdverdachten Asser wietzaak stappen naar gerechtshof

Assen - Drie Assenaren die zijn veroordeeld voor grootschalige wiethandel gaan in hoger beroep. Hoofdverdachte Mehmet K. (55) werd onlangs veroordeeld tot 3,5 jaar cel. Hij zou tonnen hebben verdiend met de handel. Zelf ontkent hij dat.

Een growshop in een loods aan de Nijverheidsweg diende als dekmantel voor de handel. De bende werd opgerold toen de politie in maart 2014 die loods binnenviel. De 75-jarige eigenaar van de loods was volgens de rechtbank nauw betrokken bij de drugshandel. Hij kreeg 360 dagen cel, waarvan 315 voorwaardelijk. Ook pakt de rechtbank zijn twee loodsen aan de Nijverheidsweg af. 

Te zwaar gestraft

Daarmee wordt hij volgens zijn advocaat Meindert Doornbos veel te zwaar gestraft. De loodsen vertegenwoordigen een waarde van twee ton. De bejaarde Assenaar heeft altijd ontkend dat hij fungeerde als rechterhand van Mehmet K., waar justitie vanuit ging. Hij gaat ook in beroep. De 49-jarige broer van K. kreeg één jaar cel van de rechtbank voor zijn aandeel in de handel. Ook hij stapt naar het gerechtshof.

De advocaten van de broers K. vinden dat de mannen geen straf moeten krijgen, omdat justitie in de fout is gegaan in de zaak. Die zette undercoveragenten in om meer bewijs tegen de bende rondom K. te verzamelen. Daarin gingen ze volgens de advocaten veel te ver. Ze sloten drie deals met de bende: één keer kochten ze tien kilo wiet, één keer negen en daarna bestelden ze 54 kilo. Toen die laatste hoeveelheid zou worden overgedragen aan de undercovers, viel de politie de loods binnen en hield de bendeleden aan.

Uitgelokt

Justitie heeft de mannen uitgelokt om te gaan handelen, stellen de advocaten. Bij de inzet van de undercoveragenten zijn volgens hen bovendien regels overtreden. De rechtbank veegde die verweren in haar vonnis van tafel. 

'Dit is een van de slechtste vonnissen die ik de afgelopen jaren heb gelezen', aldus Kerem Canatan, de advocaat van hoofdverdachte Mehmet K. 'Ik vind het een onbegrijpelijke beslissing. De rechtbank heeft het vonnis slecht gemotiveerd en er is sprake van een wanverhouding in de hoogte van de straffen. Ik geloof niet dat hier ook maar iets van overeind blijft bij het hof.' (ADP)